Kikker Sport Verhaal
Mijn vriendje zat alweer op me te wachten, midden op het pad. Ik weet wel waarom. Hij wil me een verhaal vertellen dat hij onlangs had gehoord. Hij weet dat ik van sportverhalen houd.
‘Weet je wat ik hoorde Max?, zei hij. ‘Vertel’ zeg ik. En hij begint: Er loopt een man hij heet Jim een kroeg binnen en zet een kikker op de toog. Hij had deze kikker drie maanden geleden gevangen getraind zo ver mogelijk te springen. De andere gasten die dat niet weten kijken verbaasd naar de kikker van Jim. De eigenaar die wel van een een weddenschap houdt zegt: ‘als jullie een kikker hebben die verder springt dan deze, krijg je 50 euro.’
De mannen halen hun schouders op, het is niet hun gewoonte om kikkers mee te nemen naar de kroeg: ‘we hebben toch geen kikker!’ Zegt er één.
‘Ik weet wat’ zegt Jim, buiten is een sloot en ik vang daar voor jou een kikker’ Hij laat zijn kikker op de toog en stapt naar buiten.
De man die niet vies van 50 euro is, vraagt de barkeeper een glas whiskey. Met een rietje blaast hij wat van de drank in de wedstrijdkikker die al snel laveloos op de bar zit.
Jim komt terug met een verse kikker en de wedstrijd kan beginnen. Tot zijn stomme verbazing springt de verse kikker met een grote sprong weg terwijl de wedstrijdkikker geen poot verzet. Jim is ontzet, hij betaalt de gast 50 dollar voordat die er snel vandoor gaat.
Jim pakt zijn kikker op en voelt hoe zwaar die is, en beseft dat dat ze hem te grazen hebben genomen. Jim rent woest naar buiten maar hij krijgt de man nooit meer te pakken.
Nou Max, zegt mijn vriend: vond je dat geen mop? En met een enorme sprong, springt hij van mijn arm.
24 april 2020
14 juli 2017
06 augustus 2016
That's all folks
Ik sluit dit blog - voorlopig? - af met de aanraders: de beste sportfictie in korte verhalen, novellen en romans. Ik ga namelijk zelf weer eens wat andere literatuur lezen.
Ik heb in dit blog ongeveer 200 voorbeelden gegeven van sport in literaire fictie. Fictie waarbij sport de belangrijkste bijzaak is. Soms zelfs de hoofdzaak, maar die verhalen zijn wat mij betreft wat minder interessant. Sport speelt soms een rol als katalysator van een verhaal, soms is het sportveld de plek waar geliefden elkaar ontmoeten, de plek van dromen en bedrog. Van overmoed en teleurstelling.
Ik heb veel mooie boeken en verhalen gelezen de laatste 12 maanden. De kwaliteit van de fictie is vaak verrassend hoog. Ook in ons taalgebied zijn prachtige novellen en romans verschenen. De tijd dat je je schaamde voor sport is voorbij. De roman De Nederlandse Maagd (schermen) van Marente de Moor won zelfs de AKO-prijs. Dat is goed nieuws voor de literatuur en voor de sport.
Na de aanraders laat ik van elke sport één voorbeeld op dit blog staan, de rest is mijn eigen archief. Vragen stellen kan altijd natuurlijk.
Nu is het tijd voor wat andere kost.
05 augustus 2016
De beste fictieve sportverhalen
De OS zijn begonnen. Misschien nog een tijd tussendoor voor een kort sportverhaal. Naast romans en novellen zijn er vele sportverhalen. Soms zitten deze verhalen verstopt in een roman. Zo is the great Frost een zelfstandig te lezen kort verhaal uit de roman Orlando van Virgina Woolf.
Ik heb mijn aanraders op alfabetische volgorde gezet:
De drie gebroeders van Antoon Coolen. Een schaatser raakt geobsedeerd door de schaduw die hem volgt. Uiteindelijk verliest hij letterlijk of figuurlijk zijn hoofd. Hij raakt in een schaatspsychose.
The Great Frost van Virginia Woolf. Een onmogelijke liefde van een onnozele edelman voor een Russische prinses. Die laat zich weinig aan hem gelegen liggen. Maar ze schaatsen dagenlang over de bevroren Theems.
Honky Tonk Bomber van Thomése. De alcoholische nadagen van de Duitse voetbalspits Gerd Müler in de VS. Hij belandt halfnaakt op de brandtrap van zijn hotel.
The Horns of the Bull van Hemingway. Een dodelijk stierengevecht waaraan geen stier te pas komt. Twee kelners bootsen een stierengevecht na, maar de toreador let niet goed op de hoorns van de stier.
Mr Frisbie van Ring Lardner. Een caddie krijgt steeds meer invloed op zijn werkgever. Zelfs op zijn familieleven. Hij zorgt voor de juiste partner voor diens dochter. Of overschat hij zichzelf?
A Kestrel for a Kave in deze coming of age-roman zit een meedogenloos voetbalverhaal verstopt. Hoe een jongen klein gehouden wordt op school. Ook door die verschrikkelijke gymleraar.
The Laughing Man van J.D. salinger. Een troep indianenjongens reist elke week met het opperhoofd naar de baseballdiamond. Maar er komt een meisje bij. Dat verandert de zaak.
De schermwedstrijd in Hamlet prins van Denemarken door William Shakespeare. Hamlet schermt een dodelijke wedstrijd tegen zijn oude vriend Laertes over de vraag wie van beiden het meest van Ophelia hield. Aan het slot van deze wedstrijd is het gehele koningshuis van Denemarken dood.
The Swimmer van John Cheever. Op een tuinfeestje besluit een aangeschoten gast via de tussenliggende zwembaden terug te zwemmen naar zijn huis. Daar wacht de protagonist een onaangename verrassing.
De wielerwedstrijd van Ciparola van Maarten Biesheuvel. Carlo komt zonder fietsketting over de streep. Dan begint het juridische en morele steekspel over de vraag wie de winnaar is.
30 juli 2016
De beste sportnovellen
Een novelle zit qua omvang tussen een kort verhaal en een roman in. Het is proza van beperkte omvang. En ja, er zijn ook prachtige novellen waarin sport de belangrijkste bijzaak is. De aanraders:
Blazen tot honderd van Geert van Beek. Een jonge schaatser slaat de waarschuwing in de wind en gaat het ijs van de rivier op. Als hij terugkomt wacht hem een vreselijke gebeurtenis.
The Changing Room van Angry Young writer David Sorey. De spelers in de kleedkamer voor, tijdens en na de wedstrijd. Oorspronkelijk geschreven als toneelstuk. Rauw!
De Elfstedentocht van Mohammed Nasr. Een. Marokkaan zit met een kapotte verwarmingsketel. In zijn koudste dromen wint een Turk de Tocht der Tochten.
The Loneliness of the Longdistance Runner van Alan Sillitoe. Een gevangene mag ter meerdere eer en glorie van zijn opvoedingsinstituut een cross countryloop winnen. Maar wil hij wel winnen?
Over het water van H.M. Van den Brink. Twee jongens trainen voor de oorlog voor de 'twee zonder' voor de Olympische Spelen van 1940. Maar alleen de lezer weet wat komen gaat.
Pafko at the Wall van Don DeLillo. In een beslissende wedstrijd tussen de Dodgers en the Giants, verwerft een zwarte jongen een homerunbal op (onder) de tribune. Maar niet voor lang. Realiteit gaat over in fictie.
De Schaatsentocht van Elizabeth Zernike. Een jonge vrouw gaat in de vooroorlogse crisisjaren een meerdaagse schaatstocht maken langs vrienden en familie. Beklemmend.
She wasn't Soft van T.C. Boyle. De vriend van een hardloopster geeft de verkeerde fles drinken aan de verkeerde persoon.
Schachnovelle van Stefan Zweig. Een gevangene van de gestapo leert tientallen schaakpartijen uit een boekje uit zijn hoofd om gezond te blijven. Maar als hij later op een echt bord moet spelen gaat het verrassend mis.
De Verdediging van Vladimir Nabokov. Schaken en waanzin liggen dicht bij elkaar in deze novelle over de schaker Luzin.
29 juli 2016
28 juli 2016
De beste sportromans
Ik heb op alfabetische volgorde mijn favoriete romans met sportfictie op een rij gezet. Dit zijn mijn aanraders:
De Berg der Verschrikking (The White Tower) van James Ullman. Een internationale groep mensen die toevallig bijeen zijn in Zwitserland tijdens de oorlog gaan voor het eerst de Weissturm beklimmen. Een psychologisch thriller van groot formaat.
The Damned Utd van David Peace. Een fictieve biografie over de korte tijd dat Brian Clough trainer was bij Leeds Utd. Leeds is zijn aartsvijand en Clough is overmoedig en neerbuigend.
Deliverance van James Dickey, vier Amerikanen peddelen in twee kano's over een rivier die afgedamd zal worden. De tocht wordt een nachtmerrie van wege de hillbilly's die jacht op de mannen maken.
The Fast Men van Tom McNab. Hardlopen in de nadagen van het wilde westen. Shakespeare op tournee en elk hoofdstuk nieuw sportbedrog. Het is een fraaie aaneenrijging van sportverhalen met bedrog in alle soorten en maten.
De Favoriet (The Natural) van Bernard Malamud. Een honkbalspeler belaagd door een vrouw in de trein. Maar waarom? De Amerikaanse held is een baseball player.
De Nederlandse maagd van Marente de Moor. Een schermster gaat in opleiding bij een befaamde Duitse Maître en komt gaandeweg tot de ontdekking wat er is voorgevallen tussen haar vader en haar leraar.
Het Record (Tiden) van Per Olav Enquist. Een kogelslingeraar werpt met een reglementair te lichte kogel. Zelf meent hij dat hij de sport een dienst bewijst, maar het is bedrog. Een zoon kijkt terug op het bedrog van zijn vader.
The Wheels of Chance van H.G. Wells. Een romantische thriller met een heuse achtervolging op de fiets. Het eerste en beste fietsboek aller tijden.
23 juli 2016
Hoorspel: De berg der verschrikking
"Je klimt omdat er een berg is," besluit Carla het verhaal van De Berg der Verschrikking naar de roman The White Tower van James Ramsey Ullman. Deze roman wordt door velen beschouwd als de beste klimroman ooit geschreven. En ik moet zeggen dat het een verschrikkelijk goede sportroman is. Maar ook een sterke psychologische roman en een thriller.
Het boek begint met een lange aanloop, waarin we elke klimmer afzonderlijk leren kennen. Een Amerikaan die uit zijn neerstortend vliegtuig moest springen is een van de klimmers. Er is een nazi met verlof, een rijke Fransman met een cognac-probleempje, een jonge vrouw die er al een verschrikkelijk huwelijk op heeft zitten met een zeer late abortus. Zij gaan samen een berg bedwingen.
Van deze schitterende roman heeft de KRO in de jaren 50 een hoorspel gemaakt. Deel 3 en 4 zijn gelukkig bewaard gebleven. Het verhaal speelt aan het eind van de oorlog. Zes klimmers zijn om verschillende redenen neergestreken in Zwitserland om de Weissturm te bedwingen. De gids Adreas, de Oostenrijkse Carla, de nazi Hein, de Amerikaanse piloot Martin Ordway, de Fransman Delambre en de Brit Radcliff. Hij haakt als eerste af, Delambre vlucht in twee flessen cognac en en verliest zich in hallucinaties. Uiteindelijk klimmen de nazi en de Amerikaan samen verder. Andreas de gids beweegt zich voortdurend tussen de klimmers en de achterblijvers. Ik ga niet alles verklappen, want het hoorspel is beslist de moeite van het beluisteren waard. Het is een verhaal vol moeilijke dilemma's over vertrouwen, moed, angst, hoogmoed ... Zeer goed geschreven en spannend!
Het boek begint met een lange aanloop, waarin we elke klimmer afzonderlijk leren kennen. Een Amerikaan die uit zijn neerstortend vliegtuig moest springen is een van de klimmers. Er is een nazi met verlof, een rijke Fransman met een cognac-probleempje, een jonge vrouw die er al een verschrikkelijk huwelijk op heeft zitten met een zeer late abortus. Zij gaan samen een berg bedwingen.
Van deze schitterende roman heeft de KRO in de jaren 50 een hoorspel gemaakt. Deel 3 en 4 zijn gelukkig bewaard gebleven. Het verhaal speelt aan het eind van de oorlog. Zes klimmers zijn om verschillende redenen neergestreken in Zwitserland om de Weissturm te bedwingen. De gids Adreas, de Oostenrijkse Carla, de nazi Hein, de Amerikaanse piloot Martin Ordway, de Fransman Delambre en de Brit Radcliff. Hij haakt als eerste af, Delambre vlucht in twee flessen cognac en en verliest zich in hallucinaties. Uiteindelijk klimmen de nazi en de Amerikaan samen verder. Andreas de gids beweegt zich voortdurend tussen de klimmers en de achterblijvers. Ik ga niet alles verklappen, want het hoorspel is beslist de moeite van het beluisteren waard. Het is een verhaal vol moeilijke dilemma's over vertrouwen, moed, angst, hoogmoed ... Zeer goed geschreven en spannend!
Luister naar Deel 3
Luister naar Deel 417 juli 2016
15 juli 2016
De schildpad en Abdel-kader Zaaf
In de Tour de France van 1950 ging de haas een dutje doen omdat de schildpad er zolang over deed. Deze haas was Abdel-Kader Zaaf. De Algerijn ging ver vooruit op de troep, maar omdat het zo warm was, nam hij alles te drinken aan wat het publiek aanbood. Inclusief een fles wijn. Zaaf, niet gewend aan drank ging slingeren, tegen een boom liggen en viel in een diepe slaap.
Gewekt door de omstanders stapte hij weer op zijn fiets maar slingerde de verkeerde kant op, op,weg naar het peloton. Zaaf is uiteindelijk naar een ziekenhuis gebracht om daar zijn roes uit te slapen.
14 juli 2016
Maarten Biesheuvel: De wielerwedstrijd van Ciparola
Sportfictie komt soms uit onverwachte hoek. Dat geldt zeker voor Maarten Biesheuvels verhaal De Wielerwedstrijd van Ciparola. Een wedstrijd die uiteindelijk gaat tussen de renners Carlo en Giacomo. Het verhaal is een geschiedenis waaruit de lezer morele lessen kan trekken. Zo zeg je dat toch?
Citaat: Carlo lag voor. Ja, Carlo lag voor en daar kwam de finish al in zicht, hij had nog maar tweehonderd meter te trappen en hij lag een eind voor. [.....] hij zag alleen de weg en zijn voorwiel en dacht: 'Winnen zal ik!' Toen brak zijn ketting en hij vloekte. Hij liet zich nog een flink stuk uitrijden, toen sprong hij van zijn fiets, nam hem onder zijn arm, verloor zijn fietsketting en rende zo over de finish. Giacomo was net iets te laat.
Maar dan volgt in Biesheuvels verhaal het juridisch steekspel. Een fiets moest immers een ketting hebben. Carlo had moeten aankomen met een complete fiets. Hij was 3,2 ons ketting vergeten. Daarom werd Giacomo tot de winnaar uitgeroepen Nu was er een feitelijke, juridische, morele en officiële winnaar.
Carlo gaat eraan kapot. Hij gaat bijna dood van verdriet. Giacomo kan dat niet aanzien en gunt Carlo de prijs van de overwinning. Eind goed al goed en twee jaar later wint Carlo de ronde, maar nu met ketting. Maar hij noemt nu op zijn beurt Giacomo de echte morele winnaar.
'Als jij de vorige keer niet had toegegeven,' zegt hij tegen Giacomo, 'was ik nu dood geweest van verdriet. En dan had jij deze wedstrijd gewonnen, jij bent nu eigenlijk niet tweede maar pas de echte overwinnaar.'
12 juli 2016
Ralph Hurne: The Yellow Jersey
In 1973 verscheen The Yellow Jersey uiteraard een wielerboek over de Tour. Het is geestig, snaaks, pervers, ongeloofwaardig, over the top....... kortom een interessant fietsboek dat je wel moet lezen als je van wielrennen houdt. Er waren voor 73 al wel fietsromans verschenen, maar een echte wielrenroman bestond nog niet. Het boek was daarom lange tijd koning eenoog in het land der blinden. Het boek kreeg ook vele herdrukken.
De held van het verhaal is Terry Davenport. Hij is de verteller van zijn verhaal. De man heeft een gecompliceerd liefdesleven. Hij heeft een verhouding met de dochter van de moeder met wie hij gaat trouwen. En daar komt nog een flirt bij from Down Under. Hij is wielerveteraan en traint Romain die gaat trouwen met de dochter. Kunt u het nog volgen?
Romain is een groot talent. Potentieel winnaar van de Tour. Hij vraagt aan de oudere Terry of hij zijn knecht wil zijn in de Tour. De oude rot moet hem naar de bergen brengen. Terry stemt met tegenzin in. Door een samenloop van omstandigheden - een grote valpartij en diskwalificaties voor dopingzondaars - komt Terry in de gele trui en hij weet die trui zelfs enige tijd te verdedigen. Dan breit de schrijver er een snel einde aan, het is gedaan met Terry in de tijdrit.
Als je het boek leest heb je geen idee van de tijd waarin het speelt. Dat komt omdat de schrijver het boek steeds slordig heeft aangepast aan de tijd van de herdrukken. Het verhaal van de man in het geel is wat ongeloofwaardig, dat is de zwakke kant van het boek. Het lijkt ook alsof de schrijver niet goed wist hoe het moest aflopen. Misschien had hij Terry niet zolang in het geel moeten laten rijden. Maar het is toch al met al een lezenswaardig boek.
01 juli 2016
De beste fiets- en wielrenfictie
Wat zijn de mooiste boeken op fietsgebied? En is er wel zoiets als een fietsroman? Bij wielrenboeken denkt iedereen uiteraard direct aan De Renner van Tim Krabbé. Een prachtig boek inderdaad maar geen fictie. Het is een autobiografie. Ik ben streng! Wat wel?
The Wheels of Chance van HG Wells
Een winkelbediende gaat op fietsvakantie. Op weg ziet hij dat een fietsende dame achtervolg wordt door een man. Hij helpt haar aan hem te ontkomen in een achtervolging die niet onderdoet voor snelle auto's in een film. De beste wielerroman is al heel oud (Op Gutenberg).
The Yellow Jersey van Ralph Hurne is een geestig en lekker ranzig boek over de comeback van een renner in de Tour en natuurlijk over doping.
Ventoux van Bert Wagendorp
Een groep oude vrienden gaat nogmaals de kale berg op om te ontdekken wat daar precies in hun jeugd is voorgevallen.
The Third Policeman van Flann O'Brian
Dit is magisch realisme maar dan in het kwadraat. Nadat de protagonist een moord heeft begaan komt hij in aanraking met de politie. Drie agenten die totaal gek zijn van fietsen. Dan kom je als lezer terecht in de meest bizarre Monty Pytonnscène ooit, zij het al voor de oorlog geschreven. Al lezend vraag je je af hoeveel procent fiets jij zelf bent! (Op Gutenberg)
Drie verhalen
De opkomst en ondergang van de zwarte trui van Bob de Uyl: een wielerwedstrijd die zich geheel aan het zicht onttrekt en volledig wordt beheerd door de maffia. Het eindigt in de dood van koniningin Fabiola.
Etappes van Joris Denoo, een waar mirakelverhaal van de wielrenner Marius Urquhart die in bocht 34 van de Col d'Ardu volledig van de aardbodem verdwijnt. Gelukkig heeft hij meer verstand van verzekeren (De Muur)
De wielerwedstrijd van Ciparola van Maarten Biesheuvel, een wedstrijd met een juridische, feitelijke en morele winnaar. Over de renner die zonder ketting over de streep gaat. U kunt er wijze lessen uit trekken.
30 juni 2016
Nu verschenen: De Boksmeester
Literaire boksverhalen van Arthur Conan Doyle, Jack London, Bertolt Brecht en Ring Lardner. De mooiste boksverhalen uit de literatuur. Slechts 10,95. Samenstelling en vertaling Max Dohle.,
23 juni 2016
21 juni 2016
Sport in strips: Charlie Brown op de heuvel
Charlie Brown stond al vroeg op de heuvel. Hij was zowel pitcher als manager van het honkbalteam. In 1953 wierp hij de eerste bal. Maar al in 51 speelde hij baseball. Ik hoef je niet te vertellen dat Charlie een geboren verliezer was. Ook op de heuvel. Het gaat altijd mis.
Zijn team bestond natuurlijk uit al zijn vriendjes zoals Lucy, Schroeder, Patty en zelfs Snoopy. Allemaal misfits, zeker met een hond in het veld. De tegenstander van Chartie's team krijgen we in de strip nooit te zien. Het is evident dat het team van Charlie altijd verliest, behalve als Charlie er niet bij is natuurlijk. Bijvoorbeeld als hij op zomerkamp is. Ook krijgt hij een keer een bal vol op zijn hoofd. Uiteraard wint het team als Charlie vervolgens gewond op de bank zit. In 58 is de eerste overwinning van het team als Charlie ziek op bed ligt. 'We hebben je niets eens gemist,' vertellen zijn vrienden hem dan.
Het addertje onder het gras: de pitcher van de tegenpartij Loretta Hobbs geeft toe dat ze een weggevertje wierp.
Charles M. Schulz: Peanuts.
18 juni 2016
16 juni 2016
James Joyce: de hardloper
'Het speelveld op school wemelt van de jongens', schrijft James Joyce in A Portrait of the Artist as a Young Man. De protagonist heet Stephen Dedalus, een kleine, magere jongen met een bril. Hij is dus geen fan van voetbal en cricket: He kept on the fringe of his line, out of sight of his prefect, out of the reach of the rude feet, feigning to run now and then.
Toch wordt Stephen aangetrokken tot de sintelbaan van de school. Deze sintelbaan wordt zowel voor hardlopen als fietsen gebruikt en dat gaat niet altijd samen. Als Stephen er gaat hardlopen wordt hij dan ook omvergereden door een fietser, een 'sprinter': The fellows were talking together in little groups here and there on the playground. The fellows seemed to him to have grown smaller: that was because a sprinter had knocked him down the day before, a fellow out of second of grammar. He had been thrown by the fellow's machine lightly on the cinder path and his spectacles had been broken in three pieces and some of the grit of the cinders had gone into his mouth.
Daar houdt het nog niet mee op. De prefect komt in de klas vragen waar zijn bril gebleven is. Dedalus vertelt wat er is gebeurd, maar de prefect gelooft het voor geen cent: Hoho! The cinder-path! cried the prefect of studies. I know that trick. Lazy idle little loafer! cried the prefect of studies. Broke my glasses! An old schoolboy trick! Out with your hand this moment! Stephen krijgt dan ongenadig slaag met het rietje op zijn handpalmen. Dat vermeerdert zijn ellende want nu kan hij ook niet meer schrijven. Stephen gaat dan zijn beklag het schoolhoofd. Die gelooft hem wel tot zijn grote plezier:
He bowed and walked quietly out of the room, closing the doors carefully and slowly. But when he had passed the old servant on the landing and was again in the low narrow dark corridor he began to walk faster and faster. Faster and faster he hurried on through the gloom excitedly. He bumped his elbow against the door at the end and, hurrying down the staircase, walked quickly through the two corridors and out into the air. He could hear the cries of the fellows on the playgrounds. He broke into a run and, running quicker and quicker, ran across the cinderpath and reached the third line playground, panting.
James Joyce was in zijn jeugd een uitstekende hardloper, hoewel het in zijn biografie maar een detail is. Volgens zijn broer Stanislaus stond zijn vensterbank vol bekers die hij vooral had gewonnen op de horde. Om onbekende redenen heeft Joyce er geen hardloopcarrière van gemaakt. Zijn roeping lag in de literatuur.
Je vindt dit fragment terug in het eerste hoofdstuk van A Portrait of the Artist as a Young Man.
Toch wordt Stephen aangetrokken tot de sintelbaan van de school. Deze sintelbaan wordt zowel voor hardlopen als fietsen gebruikt en dat gaat niet altijd samen. Als Stephen er gaat hardlopen wordt hij dan ook omvergereden door een fietser, een 'sprinter': The fellows were talking together in little groups here and there on the playground. The fellows seemed to him to have grown smaller: that was because a sprinter had knocked him down the day before, a fellow out of second of grammar. He had been thrown by the fellow's machine lightly on the cinder path and his spectacles had been broken in three pieces and some of the grit of the cinders had gone into his mouth.
Daar houdt het nog niet mee op. De prefect komt in de klas vragen waar zijn bril gebleven is. Dedalus vertelt wat er is gebeurd, maar de prefect gelooft het voor geen cent: Hoho! The cinder-path! cried the prefect of studies. I know that trick. Lazy idle little loafer! cried the prefect of studies. Broke my glasses! An old schoolboy trick! Out with your hand this moment! Stephen krijgt dan ongenadig slaag met het rietje op zijn handpalmen. Dat vermeerdert zijn ellende want nu kan hij ook niet meer schrijven. Stephen gaat dan zijn beklag het schoolhoofd. Die gelooft hem wel tot zijn grote plezier:
He bowed and walked quietly out of the room, closing the doors carefully and slowly. But when he had passed the old servant on the landing and was again in the low narrow dark corridor he began to walk faster and faster. Faster and faster he hurried on through the gloom excitedly. He bumped his elbow against the door at the end and, hurrying down the staircase, walked quickly through the two corridors and out into the air. He could hear the cries of the fellows on the playgrounds. He broke into a run and, running quicker and quicker, ran across the cinderpath and reached the third line playground, panting.
James Joyce was in zijn jeugd een uitstekende hardloper, hoewel het in zijn biografie maar een detail is. Volgens zijn broer Stanislaus stond zijn vensterbank vol bekers die hij vooral had gewonnen op de horde. Om onbekende redenen heeft Joyce er geen hardloopcarrière van gemaakt. Zijn roeping lag in de literatuur.
Je vindt dit fragment terug in het eerste hoofdstuk van A Portrait of the Artist as a Young Man.
13 juni 2016
Zonder Land, The Illegal
Het is nog tijd voor het spannende boek en The Illegal van Lawrence Hill hoort daarbij. Het boek speelt zich af in de aanloop naar de Spelen van 2020. Maar het boek is hoogst actueel omdat tijdens het verhaal duizenden vluchtelingen per boot van het fictieve Zantoroland naar Freedom State proberen te vluchten.
In Zantoroland wonen afstammelingen van Afrikaanse slaven. Ze zijn onderling verdeeld. Velen proberen over te steken naar Freedom State. maar daar wacht ze deportatie of een container in Afric Town, een wijk met scheepscontainers als behuizing.
Hoofdpersoon is Keita Ali een vluchteling die goed is voor de marathon op de spelen. Hij loopt illegaal in Freedom State. Zijn zus wordt als gijzelaar vastgehouden in Zatoroland. Keita moet duizenden dollars bij elkaar verdienen om haar vrij te kunnen kopen.
Maar er is nog een hoofdpersoon, een lesbische, gehandicapte journaliste die erachter probeert te komen wat er met een zwarte prostituee is gebeurd. Waarom is zij vermoord en welke rol de minister president in dit verhaal speelt
De recensies van het boek zijn wisselend.
Abonneren op:
Posts (Atom)























