07 februari 2016

F. Scott Fitzgerald: The Bowl

Ik bespreek natuurlijk het liefst literatuur die ook online beschikbaar is. Je kunt dan rechtstreeks vanuit dit blog naar de fictie gaan wanneer je iets leest wat je interessant vindt. The Bowl uit 1928 van F. Scott Fitzgerald kun je idd online lezen.

American Football, Fitzgerald was verslaafd aan het spel. Zo zou hij zelfs bij nacht en ontij de coaches hebben gebeld om zijn strategische denkbeelden uiteen te zetten. Wij snappen het spel niet hoewel het alleen maar rugby is met landjepik. En dat wij het niet snappen is eigenlijk maar goed ook, want het spel is levensgevaarlijk: de lijst met op het veld overleden spelers is lang. En dan praat ik nog niet over hersenbeschadigingen waar veel oud-spelers last van hebben. Fitzgerald wist dat en dat blijkt uit zijn liefdesverhaal The Bowl. Je hoeft niet zoveel van het football te weten om The Bowl te kunnen waarderen. 

Dolly Harlan, een halfback heeft een haat-liefdeverhouding met college football. Het kan zijn liefde voor het spel even snel verliezen als hij zijn fanatisme terugvindt. Tijdens een uitje ontmoet hij Vienna en de liefde op het eerste gezicht is wederzijds. Maar er is een obstakel: Vienna heeft haar broer zien doodgaan op het veld. Ze eist van Dolly dat hij het spel voor haar opgeeft. Dan doet hij ook, maar voor hoelang?

Het knappe van Fitzgeralds talent is, is dat je als lezer ook verliefd wordt op de mondaine, mooie vrouwen in zijn verhalen. De vrouwen die 's winters gaan skiën in Zwitserland en in de zomer de koelte van het buitenhuis opzoeken. De gasten lopen daar af en aan en iedereen probeert al was het maar een glimp op te vangen van de beeldschone Vienna. Dolly voelt zich niet thuis in dat milieu, maar zijn liefde voor haar is zowel echt als onmogelijk.

The Bowl wordt verteld vanuit het perspectief van Dolly's kamergenoot Jeff. Deze Jeff loopt op een avond langs de kamer waar de geblesseerde Dolly en Vienna met elkaar in gesprek zijn. Vienna nodigt Jeff uit erbij te komen zitten:

"Sit down, Jeff," said Vienna wearily. "I want you to witness the collapse of a man into a schoolboy." I sat down reluctantly. "Dolly's changed his mind," she said. "He prefers football to me."
"That's not it," said Dolly stubbornly.
"I don't see the point," I objected. "Dolly can't possibly play."
"But he thinks he can. Jeff, just in case you imagine I'm being pig-headed about it, I want to tell you a story. Three years ago, when we first came back to the United States, father put my young brother in school. One afternoon we all went out to see him play football. Just after the game started he was hurt, but father said, 'It's all right. He'll be up in a minute. It happens all the time.' But, Jeff, he never got up. He lay there, and finally they carried him off the field and put a blanket over him. Just as we got to him he died."
She looked from one to the other of us and began to sob convulsively. Dolly went over, frowning, and put his arm around her shoulder.
"Oh, Dolly," she cried, "won't you do this for me--just this one little thing for me?" He shook his head miserably. "I tried, but I can't," he said.

03 februari 2016

Huygens: Schaatsgedichten 4

Schaets

De beste ryder valt daer voor hem maer 'n stroo'n is;
So let 'tminste leed die 'tgladde pad gewoon is.

[De beste rijder valt als er maar een strootje ligt
Zo belemmert het minste leed hem die het gladde pad gewend is.]

02 februari 2016

Huygens: schaatsgedicht 3

In eenen dagh, sey Ian, was hij van Coln gereden
Op schaetsen inden Haegh: Syn knecht viel in syn’ reden,
En seij, in eenen dagh, myn’ Heeren, dat is waer;
Maer ghij moet weten ’twas de langste dagh van ’tjaer.


In één dag, zei Jan, was hij van Keulen gereden
Op schaatsen naar Den Haag.
Zijn knecht viel hem in de rede,
en zei: in één dag, mijn heer, dat is waar
maar u moet weten, het was de langste dag van ’t jaar.

01 februari 2016

Huygens: schaatsgedicht 2

BAENVEGHER
Ben ick der kind’ren vriend; voor Camerling der vissen
En gaen ick niet wel uijt, met veghen dwers en lancks:
Voor seker ’tsoete volck en weet mij niet veel dancks
Als ick ’t Quicksilver van haer spiegel-glas kom wissen.

Baaveger
Ben ik de kindervriend;  kamerheer van de vissen
En doe ik niet mijn best  met vegen dwars en langs
Voor het zoete volk dat mij niet dankbaar is
Als ik het kwikzilver van het spiegelglas kom wissen.


31 januari 2016

Huygens: schaatsgedicht 1

'T Schaets yser is soo smal, 'ten schijnt geen' gangbaer' waer:
Nochtans, als 't Reden stiert, siet hoe 't in onse macht is:
Maer neemt de Reden wegh, soo 't by dranck, of by Nacht is,
Men souder niet op staen als 't sess mael breeder waer.

Hoewel het geen gangbaar vervoermiddel lijkt, is de schaats in onze macht als we nuchter en verstandig zijn. Maar bij de nacht of als je dronken bent zou je niet op de schaats kunnen staan zelfs als  het ijzer zes maal zo breed was.




19 januari 2016

Tim Krabbé: schaatsen is door God bedacht

De Renner van Tim Krabbé is de heilige graal onder de sportboeken. Een prachtig boek, maar omdat het non-fictie is valt het boek buiten het aandachtsveld van deze site.

Krabbé is ook schaatser. Op 4 maart 1986 reed hij met een vriend de Elfstedentocht enkele dagen na de officiële tocht. Dat was zwaar omdat er geen treintjes waren om achter te 'hangen' en het waaide stevig. Bij Bolsward is Krabbé afgestapt. Eerst nog een stuk gelopen, maar omdat dat niet de bedoeling was, hebben ze de handdoek in de ring gegooid, tevreden met wat ze hadden bereikt die dag.

In 2004 publiceerde de schrijver de novelle Drie slechte schaatsers. Een boek over het verlangen naar ijs. En een weemoedig boek over een huwelijk dat geen stand hield. Vader Pieter en zoon Wouter liggen in Israël in de zon als de vorst in Nederland doorzet. De nachtmerrie van elke schaatser. En de Rode Zee zal nooit bevriezen. Terug in Nederland kan Pieter nog net een dag op natuurijs schaatsen en rijdt een tocht van 70 kilometer.

‘Het was werkelijk goddelijk zoals hij hier voortgleed - dat woord kwam ook bij hem op: goddelijk. De bewegingen van het schaatsen waren iets wat hoorde: prachtig om naar te kijken, heerlijk om zelf te doen – schaatsen moest door God persoonlijk zijn bedacht.’

Moeder en ex-vrouw Elleke heeft dan nieuwe schaatsen gekocht voor Wouter en vraagt of Pieter meegaat naar de kunstijsbaan. Met zijn drieën schaatsen ze samen op de ijsbaan als Pieter beseft dat het op de dag af tien jaar geleden is dat Pieter en Elleke trouwden. Pieter meent daarom dat ze toch voor elkaar geschapen zijn, maar vertelt het niet.