15 maart 2016

Der Kinnhaken van Bertolt Brecht

Zet vier mannen aan een kroegtafel. Schenk bier en het gesprek gaat al gauw over sport. Bertolt Brecht plaatst deze mannen in zijn korte boksverhaal Der Kinnhaken aan deze kroegtafel en het gesprek gaat over boksen. Brecht was boksliefhebber. Over het schrijven van een boksroman noteert hij: 'Bij deze boksroman is boksen niet de hoofdzaak, hoewel er wel enkele spannende pagina's zullen zijn.'
Sport is inderdaad voor mij de belangrijkste bijzaak van de literatuur. En het wedstrijdverslag is voor de krant.

In het verhaal Der Kinnhaken zitten vier mannen na een bloedstollende boksavond nog even na aan een kroegtafel. Een van de mannen is sparringpartner geweest van Freddy Meinkes bijgenaamd Der Kinnhaken (in goed Nederlands de uppercut). Hij vertelt over de dag dat ze voor de grote wedstrijd nog naar het café gingen.

Plot
Der Kinnhaken is een man die doet wat hij wil. Hij gaat voor een wedstrijd rustig naar een rokerige kroeg en drinkt zijn bier hoewel iedereen het hem afraadt. Niet voor de wedstrijd! De obers weigeren hem bier te schenken dus gaat hij maar zelf naar de toog. Zwijgend rijdt hij daarna met zijn sparringpartner naar het sportpaleis. En hoewel het duidelijk is wat er gaat gebeuren, vragen de mannen aan tafel toch wat er toen gebeurde.

"En toen?"
"Hij werd in de tweede ronde knockout geslagen. Had je iets anders verwacht dan?"
"Nee. Maar waarom denkt u dat hij kockout werd geslagen?"
"Heel eenvoudig. Toen we naar het sportpaleis reden wist ik dat Freddy geen vertrouwen meer in zichzelf had."
"Dat is duidelijk," zeggen de mannen. "Maar wat had Freddy dan moeten doen?"
De voormalige sparringpartner drinkt zijn glas leeg en zegt gelaten: "Een man moet altijd doen waar hij zin in heeft. Voorzichtigheid is de moeder van de knockout."

A man's gotta do what a man's gotta do!


09 maart 2016

Barbie is jarig

Geboren 9 maart 1959: Barbie. Dit is een van de geflopte modellen. 

18 februari 2016

Kort verhaal: Hemingway

‘There’s nothing really can touch skiing, is there ?’ Nick said.
‘The way it feels when you first drop off on a long run.’
‘Huh, ‘ said George. ‘It’s too swell to talk about.’

Cross Country Snow is een kort verhaal uit 1924 van Hemingway die in die tijd in Parijs verbleef. Hemingway was verslaafd aan het skiën. Samen met zijn vrouw ging hij regelmatig naar Campina del Pezzo in Zwitserland. Het was in de tijd van telemarken en tourskiën. Cross Country Snow is in de traditie van Hemingway een echt stoer mannenverhaal. Dat in de ogen van feministen niet zoveel genade vond.

Hoofdpersoon in dit verhaal is Nick Adams, hij is het autobiografische karakter van Hemingway. Adams skiet samen met zijn vriend George in Zwitserland (George noemt zijn vriend Nick om onduidelijke redenen 'Mike'). Ze stoppen af en toe onderweg om het landschap te bewonderen.

Eenmaal in het dal gaan Nick en George een café in. De dienster is zwanger maar ongetrouwd. Nick vertelt schamper dat de Zwitserse vrouwen eerst zwanger moeten zijn voordat ze kunnen trouwen. Hell, no girls get married around here till they’re knocked up. Tijdens het gesprek wordt duidelijk dat zijn skiplezier voorbij is en de verantwoordelijkheden roepen. Nicks vrouw is ook zwanger. Het is niet duidelijk of hij daar blij mee is. Hij voert een strijd tussen autonomie en verantwoordelijkheid. Hij zal het skiën gaan missen. Nick en George beloven elkaar ten slotte om ooit weer samen te gaan afdalen.

Hemingway 2e van links

17 februari 2016

Aan de sneeuw

Huygens

Droog water, koele wol, wit roet, gehakte veren
Wees welkom op mijn beste hoed en kleren
Ik zie nie noemen u met reden haten zou
Die ons van boven brengt de warmte met de kou

10 februari 2016

R. Leopold: Elfstedentocht

Goed geschreven verhalen over de Elfstedentocht kun je op één hand tellen. Ik ken er trouwens maar één dat van Rob Leopold in Hollands Maandblad 1985. Dat is een juweel.

Leopold beschrijft in zijn verslag allereerst de dagen voor de tocht, tussen hoop en bangigheid. 'De enkels zijn nog zwak, uren sta ik op één been als een ooievaar achter mijn bureau.' Met de trein naar Leeuwarden. In een volle Frieslandhal speelt een dweilorkest en daar staat Leopold verdwaald tussen in zijn grijze regenjas en zijn gepoetste kantoorschoenen. Tussen duizenden anderen, die vanacht ook niet slapen.

Om 5 uur in de morgen gaan de lichten aan in Leeuwarden en stromen schaatsers uit alle huizen. Leopold start om 6 uur: 'De sloffen uit, de schaatsen aan een paar woorden met rijders die links en rechts van mij zitten, de handschoenen aan, overeind, de eerste slag nog in het gele licht, onder een brug door, donker, verlaten, nat, 198 kilometer Friesland.'

Leopold beschrijft de stempels, de inzinkingen. de aanmoedigingen. 'Je herkent elkaar niet, je ziet alleen ruggen. Ik ken nu nog het adres van de rijwielhandel in Medemblik, het stond twintig minuten op de rug van mijn voorganger, een ijzerwinkel in Sittard is me bijgebleven, een camping op de Veluwe een zeilschool in Veere was lang mijn beschutting .....' Vanaf een brug wordt geroepen dat het naar Bartlehiem nog twaalf kilometer is, vanaf de volgende brug nog dertien. 

Leopold is geen held, maar een man die met humor, moedeloosheid en volharding de tocht uitrijd. Je vindt het verhaal in meerdere bloemlezingen. Ook in de eerste schaatsbloemlezing Op het IJs.